VERDER betekenis & definitie

VERDER - bn. bw. vergr. trap van VER : die weg is verder; een verder land; — (fig.) nader, later: iemands verdere bevelen afwachten; verder berichten, mededeelen, verklaren; verdere zwarigheden waren er niet; — doorgaan met: verder lezen, schrijven, rekenen; hij beloofde verder voor het kind te zorgen;.— meer : verder kan ik niets doen; morgen zullen wij verder spreken; — daarna : hoe ging ’t verder ?; — daarenboven: verder moet gij weten, dat...; en zoo verder, enzoovoort.