F betekenis & definitie

F, v. (-s), zesde letter van het alphabet; — er is maar ééne f in het abc en die is moeilijk te treffen, | men kan het niet altijd eens zijn (vooral gezegd, wanneer men vaak met een lastig persoon verschil van meening heeft); — de gezamenlijke namen of woorden in een adres-, in een woordenboek die met f beginnen; — (in de muziek) benaming van den vierden toon der diatonische en van den zesden toon der chromatische toonschaal, van c; — (verder in afkortingen);

F. fec. — fecit — heeft (dit) gemaakt (op schilderijen enz., naast den naam van den maker); —
F — fiat — (op recepten) ’t worde gereed
gemaakt; (op wissels enz.) betaling kan geschieden; —
F — Fahrenheit (op thermometers); —
F.; FF. — fijn; suprafijn (in den handel, op prijscouranten); —
F.; FF. — forto, sterk; fortissimo, zeer sterk (in de muziek): —
F. C. O. (w.g,) — finis coronat opus — het einde kroont het werk; —
F. S. M. (w.g.) — finis sanctifiai media — het doel heiligt de middelen; —
F. S. N. — favente summo numine, onder bescherming van het Opperwezen; —
F°, Fol. — folio, op bladzijde . .—
F°. r°. — folio . . . recto, op bladzijde . . ., voorzijde; —
F°. v°. — folio . . . verso, op bladzijde . . ., keerzijde: —
ƒ., fl. — florijn, gulden (in prijsopgaven); —
fab. — fabel, fabelleer; —
lebr. — Februari; —
f.i. — fiat insertio — het worde ingelascht; —
fig. — figuurlijk; figuur; —
fab. — (hand.) (Eng.) free on board — franco boot; —
fow. — (hand.) (Eng.) free on waggon — franco spoor; —
Fr. — frater — broeder, inz. ordebroeder;—
fr. — frank (de Fransche munt, in prijs opgaven); —
fr. — franco, vrachtvrij (op brieven of pakketten); —
F. S. — (tel.) faire suivre — nazenden; —
fut, — futurum, toekomende tijd (in de spraakkunst).

Laatst bijgewerkt 02-09-2018