Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 27-09-2018

Moeilijk

betekenis & definitie

Moeilijk MOEIELIJK, bn. bw. (-er, -st), moeite, last veroorzakende, lastig: een moeilijk werk; dat is een moeilijk geval; in moeilijke omstandigheden verkeeren, geld te kort komen; eene moeilijke taak hebben; zijn deze vraagstukken niet te moeilijk?;

— afmattend, vermoeiend: vooral ‘s winters is het eene moeilijke reis;
— hinderlijk, lastig: het iem. moeilijk maken;
— iem. moeilijk vallen, berispen, verwijten, onaangenaamheden zeggen;
— met moeite, bezwaarlijk: dat kan ik moeilijk gelooven; moeilijk gaan; moeilijk spreken; over muziek kan ik moeilijk oordeelen;
— dat is moeilijk uit te maken;
— (zeew.) moeilijke zee, als de golven kort zijn en in verschillende richtingen loopen;
— verdrietig, onaangenaam gestemd, gemelijk; moeilijke oude dames; een moeilijk karakter hebben; zich moeilijk maken, boos worden.
MOEILIJKHEID, v. (...heden), moeite, last, hinder, bezwaar, verlegenheid, verdriet: iem. moeilijkheden veroorzaken; iem. in moeilijkheid brengen.