Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

Blijk

betekenis & definitie

Het begrip blijk heeft 2 verschillende betekenissen:

1. blijk - BLIJK, bn. (gew.) blijk en bloot, duidelijk zichtbaar.

2. blijk - BLIJK, o. (.-en), bewijs, kenteeken de blijken zijn daar, de bewijzen zijn geleverd;
— een blijk van vertrouwen;
— de jubilaris ontving vele blijken van belangstelling;
— hij gaf blijk, een gezond oordeel te bezitten, hij bewees dat.