Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-09-2018

Blijken

betekenis & definitie

BLIJKEN, (het bleek, is gebleken), het blijkt, het is bewezen, men kan het zien, het komt aan den dag: 't zal spoedig blijken of hij geschikt is;

— (koppelwerkw.) hij blijkt eerlijk, ook hij blijkt eerlijk te zijn;
— doen blijken van, blijk of bewijs geven van: tenzij hij van zijne tegenwoordigheid doe blijken;
— laten blijken, te kennen geven;
— niets laten blijken, door niets zich verraden.