Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-09-2018

Bekrompen

betekenis & definitie

BEKROMPEN, bn. bw. (-er, -st), bekrompen wonen, geene voldoende ruimte hebben;

wij zitten hier bekrompen, te dicht op elkander, benauwd;
— bekrompen leven, zich in zijne uitgaven moeten beperken, min of meer armoedig;
— het gaat uit eene bekrompen beurs, niet rijk, niet royaal;
— bekrompen middelen, beperkt, niet ruim;
— bekrompen verstand, beperkt, klein, onontwikkeld;
— bekrompen menschen, blijk gevende geen goed oordeel te hebben, weinig ontwikkeld;
— bekrompen denkbeelden, blijk gevende van kleingeestigheid. BEKROMPENHEID, v.