Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Nieuws

betekenis & definitie

o.,

1. eig. partitieve gen. van nieuw: er is niets (ook wel geen) nieuws onder de zon, wat wij voor nieuw houden is vroeger ook al gebeurd, voorgekomen;
2. bericht omtrent iets dat nog onbekend was : dat is het allerlaatste nieuws ; ik heb goed nieuws ; — (collect.) berichten: buitenlands, gemengd nieuws; — (zegsw.) voor de rest geen nieuws, en daarmee uit; — geen nieuws, goed nieuws, geen tijding, goede tijding; — dat is oud nieuws, al lang bekend.