Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Macht

betekenis & definitie

v. (-en),

1. vermogen om iets te doen: met alle macht, uit al zijn macht, met inspanning van alle krachten ; — bij machte, in staat; in iemands macht, wat door iemand kan gedaan worden of van hem afhangt;
2. bep. sterkte, lichamelijke kracht: dit is (of gaat) boven mijn macht; uit alle macht lopen, schreeuwen, zo hard als men kan ; hij had de macht niet om op te staan; de macht zijner longen was verbazend; — met kracht en macht, met inspanning van alle krachten; iets met kracht en macht doorzetten; — boven zijn macht werken, met de handen boven het hoofd;
3. heerschappij over personen of zaken: hij heeft de macht om te doen wat hij wil; op het toppunt van zijn macht staan; de macht uitoefenen ; van zijn macht misbruik maken ; macht hebben over leven en dood;
4. wettelijk gezag: de vaderlijke macht;
5. wettelijke bevoegdheid waarmee iemand door een ander wordt bekleed: zijn macht te buiten gaan ; daartoe heb ik geen macht;
6. invloed, betekenis, belang: de macht van het kleine ;
7. persoon of zaak die macht heeft: de Compagnie was een macht in de Staat; — (R.-K.) Machten, een der negen koren van engelen : heerschappijen, overheden en machten ;
8. mogendheid, staat: de oorlogvoerende machten;
9. wettige overheid, de „gestelde macht”: de openbare macht; de rechterlijke macht; aan de Koning is de uitvoerende en aan de Koning en de Staten-Generaal gezamenlijk de wetgevende macht opgedragen; de wereldlijke, de kerkelijke macht; in deze bet. ook concr.: de rechterlijke macht, zij die recht spreken;
10. leger, troepen: de Franse macht naderde onze grenzen;
11. grote hoeveelheid, menigte : een schat van broodjes en een macht van gebakjes ; —(Zuidn.) met de macht, in overvloed: er zijn appelen met de macht;
12. (nat.) kracht die de oorzaak is van een beweging; kracht die bij een hefboom de last in evenwicht houdt of in beweging brengt, in tegenstelling met last; —
13. (wisk.) product van gelijke factoren : 27 is een macht van 3 (aangeduid door 33); 3 in de derde macht, 3x3x3.