Wat is de betekenis van Macht?

2021
2021-05-16
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Macht

Macht is de invloed die een persoon, bedrijf of organisatie heeft op anderen. Als iemand macht heeft, doen andere mensen datgene wat hen wordt opgedragen. In sommige gevallen is de macht in handen van één persoon of één groep, er is dan sprake van een dictatuur. Wanneer die persoon of groep echter geweld gaat gebruiken om ervoor te zorgen dat de ma...

Lees verder
2019
2021-05-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

macht

macht - Zelfstandignaamwoord 1. het vermogen zijn wil op te leggen De macht van de grote banken is in het Amerikaanse Congres goed te voelen. 2. een staat die zijn macht doet gevoelen Van een wonderbaarlijk wereldrijkje zijn we vervallen tot een economisch ma...

Lees verder
2018
2021-05-16
Jannes H Mulder

Schrijver op Ensie

Macht

Macht is uitgesteld geweld. Macht is anderen dingen laten doen waar je zelf geen zin in hebt. Macht is dingen laten gebeuren zoals men wil. Elkaar nadoen en ritualisering verankeren macht tot ingesleten gewoonten. Daarmee komt de macht der gewoonte tot stand (= zo doen we dat in onze club, 'zo hoort het'). De aanvoerder eigent zich ge...

Lees verder
2018
2021-05-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

macht

macht - zelfstandig naamwoord 1. kracht om iets te doen ♢we duwden uit alle macht 1. boven je macht werken [met je handen boven je hoofd] 2. we waren niet bij machte om ......

Lees verder
2017
2021-05-16
Hans Kaldenbach

De A is van Amalia, die is allochtoon

Macht

Macht, een vies woord. Nederlanders vinden het lastig om met macht om te gaan. Nederland wil een land zijn waarin iedereen evenveel te zeggen heeft. Waarin er geen ongelijkheid bestaat. Dat is natuurlijk niet de realiteit, maar het is wel een diepgekoesterde Nederlandse illusie. Daardoor hebben veel Nederlanders er moeite mee om bijv. hun hulp duid...

Lees verder
2017
2021-05-16
Wielrenners

Jargon & Slang van Wielrenners

Macht

Macht - 'macht hebben': in vorm zijn, in goede conditie verkeren. 'Op de macht rijden': niet erg soepel fietsen, omdat men een grote versnelling gebruikt. Le Mond reed er op de macht naar toe... - Nieuwe Revu 27.12.1990 ​

Lees verder
2011
2021-05-16
Bedrijfskunde Integraal

Bedrijfskunde Integraal

macht

Vermogen om groepen of individuen te beïnvloeden.

2009
2021-05-16
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

macht

(de; -en) - lichamelijke kracht, syn. sterkte: op macht fietsen, klimmen, sprinten, (met een grote versnelling fietsen en daardoor) zonder souplesse en veel inspanning vergend.

2007
2021-05-16
Organisatie en Management

Een praktijkgerichte benadering van Organisatie & Management

Macht

Het vermogen om invloed uit te oefenen op medewerkers. Is een essentieel onderdeel van het leidinggeven.

2007
2021-05-16
Samenlevingen

Samenlevingen - inleiding in de sociologie

Macht

Het vermogen het gedrag van anderen met behulp van sancties te beïnvloeden.

2001
2021-05-16
Filosofisch woordenboek

Paul Frentrop - Voor rede vatbaar

Macht

‘De drang naar vrijheid is de liefde voor anderen. De zucht naar macht is de liefde voor onszelf.’1 (Zie: Dwang) 1 William Hazlitt. ‘The love of liberty is the love of others; the love of power is the love of ourselves.’

Lees verder
1998
2021-05-16
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

macht

controle

1997
2021-05-16
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

macht

In het Vroegmiddelnederlands ontmoeten wij in de Statuten van Beggaarde te Brugge [1292] de eedformule zweren bi ons heren doed of bi ons here lechame of bi sire macht ‘bij de dood of bij het lichaam van Onze-Lieve-Heer of bij zijn almacht’. De woordgroep bij gans macht is een verbastering van de eedformule ...

Lees verder
1994
2021-05-16
Grondbeginselen der sociologie

Begrippenlijst Grondbeginselen der sociologie

Macht

Macht omvat al die gevallen waarin mensen door andere mensen – direct of indirect – bij herhaling gedwongen (kunnen) worden tot gedrag dat indruist tegen hun eigen waarden of belangen.

1992
2021-05-16
Psychologie en Sociologie

Psychologie en Sociologie

Macht

Kracht waarmee de ene partij de andere partij kan beïnvloeden.

1991
2021-05-16
Management begrippenlijst

Management begrippenlijst

Macht

Drie bekende omschrijvingen van macht zijn: - de mogelijkheid om in overeenstemming met de doeleinden van een persoon of groep, die gedragsalternatieven van andere personen of groepen te beperken; - het binnen een structuur van duidelijk gedefinieerde posities tot op zekere hoogte kunnen bepalen en controleren van of richting geven aan het gedrag v...

Lees verder
1990
2021-05-16
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

macht

macht - Het bezitten van kracht, invloed en overwicht op anderen, op persoonlijk, politiek of nationaal niveau.

1973
2021-05-16
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

macht

v./m. (―en), vermogen om iets te doen: met alle ―, uit al zijn ―, met inspanning van alle krachten; bij machte, in staat; in iemands ―, wat door iemand gedaan kan worden of van hem afhangt; bepaalde sterkte, lichamelijke kracht: dit is (of gaat) boven mijn ―; uit alle ― lopen, schreeuwen, zo hard als men kan; hij had de ― niet om op te staan; met...

Lees verder
1955
2021-05-16
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

MACHT

duidt op de aanwezigheid van geestelijke activiteit: in de natuur werken krachten, alleen de mens heeft macht over iets of iemand. De ongehoorde groei van deze menselijke macht over natuur en medemens dwingt om bovenal in onze tijd een christelijk ethos der macht te doordenken. Uitgangspunt zal daarbij steeds moeten zijn de opdracht van de mens om...

Lees verder
1952
2021-05-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Macht

s., macht, biwâld (it), formogen (it); dehebben, it hêft, heft yn (’e) hannen hawwe; veelhebben, gâns to sizzen hawwe; in zijnhebben, yn ’e bisnijing hawwe; uit alle —, mei alle gewelt; niet bij -e, ûnmachtich.