Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Iets

betekenis & definitie

I. onbep. vnw.,

1. een onbepaalde stoff. of onstoff. zaak, enig ding: hebt gij ook iets gehoord! ; zei je iets!;

met een genit., enig ding van den aard of de soort die genoemd wordt: iets lekkers, iets moois ; — iets dergelijks, het een of ander van dien aard; iets anders, enig ander ding ; — iets van belang, een belangrijke zaak ;

2. in meer bep. opvatting, naar het verband meebrengt: doe iets om, enig kledingstuk ; — de dokter heeft hem iets voorgeschreven, een geneesmiddel; — heb je wel eens iets van hem gelezen !, een geschrift; — hij hééft iets, een ziekte, of een zaak die hem hindert; (Zuidn.) iets slechts, een gebrek; ook : is bedrogen, bekeven, heeft slaag gekregen enz. ; — ook voor : het een of ander dat niet nader te beschrijven valt: hij heeft zeker iets dat imponeert; met sterker nadruk, enig ding, wat dan ook: is er ook maar iets op hem aan te merken!
3. zulk een ding als een bep. nader omschrijft: dat is iets dat ik niet zetten kan ; dat is iets anders, dat verandert de zaak ; iets van later zorg; — ’t was me iets! wat moois, prettigs (iron.); een iets, een zaak, ding ;
4. een weinig, een gedeelte : ik zal je er iets van vertellen : het heeft iets geregend : — hij heeft iets van zijn oom, lijkt een beetje op hem; — dat heeft er al iets van, begint al te lijken op wat het worden moet; — zekere mate: hij heeft iets militairs in zijn voorkomen;
5. in meer bep. opvatting : hij heeft wel iets, maar toch geen kapitaal, bezit wel enig geld; — beter iets dan niets, weinig is ook wat; — nog iets, nog een woord, een opmerking;
6. een niet gering deel, niet zo heel weinig: ik heb nogal zo iets beleefd; dat wil iets zeggen; hij bezit nogal iets, een vrij groot vermogen ;
7. een ding dat er is (tgov. niets) : van verre schijnt het iets, maar van nabij is ’t niets; van niets iets maken ;

vand. een zaak of persoon van betekenis: hij is iets in de wereld der tekenaars; — II. bw. (van graad en van wijze), enigermate, een beetje: die lat wijkt iets; — vooral bij comparatieven: dat is iets groter; wij moeten iets vroeger van huis gaan.