Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Dunken

betekenis & definitie

(mij dunkt, mij docht, dacht of dunkte, mij heeft gedocht of gedunkt),

1. als mening hebben (over iets): wat dunkt u er van? ; mij dunkt, dat (vaak slechts als beleefdheidsvorm); evenzo : naar mij dunkt, naar het mij voorkomt; — die zaak dunkt mij goed, komt mij goed voor; — (gemeenz.) me dunk(t) hitt het is nogal wat, heeft heel wat te betekenen: ik heb maar twintig gulden gehad; (antw.) nou, me dunk ’et! dat is niet zo weinig;
2. (veroud.) zich laten dunken, geloven, menen; — zich inbeelden; vgl. Laatdunkend.