Wat is de betekenis van Maken?

2020
2021-03-08
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

maken

1) (1964) (inf.) versieren. Onder invloed van het Engels (to make someone). • We rookten samen de sticks op en ik wilde haar maken, kost wat kost. (Jan Cremer: Ik Jan Cremer. Eerste boek. 1964) 2) (1998) (Belgisch-Limburg, straattaal) seks hebben (met iemand). • Maken: passe-partoutwerkwoord; (onder meer) seks hebben met;...

Lees verder
2019
2021-03-08
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

maken

maken - Werkwoord 1. (ov) in elkaar zetten Hij was een houten meubel aan het maken. 2. (ov) ervoor zorgen dat iets weer werkt De jongen vroeg aan zijn vader of die zijn trein kon maken. 3. (ov) optellen tot een bepaald bedrag ...

Lees verder
2018
2021-03-08
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

maken

maken - regelmatig werkwoord uitspraak: ma-ken 1. weer in orde brengen, zorgen dat het heel wordt ♢wil jij deze scheur maken? 2. zorgen dat iemand iets wordt ♢je maakt me erg blij met dit cadeau...

Lees verder
1998
2021-03-08
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Maken

1. het (helemaal)-,succes hebben; het voor elkaar krijgen; het prima redden. Sinds eindjaren zestig in zwang onder vnl. jongeren, als vertaling van Engels to make it. Ik weet bijna zeker dat deze toffe Amerikaanse hardcoregroep het binnenkort helemaal gaat maken. (Popfoto, februari 1988) Agnetha gaat het weer helemaal maken! (Muziek Express, april...

Lees verder
1998
2021-03-08
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

maken

1. Van een slag: winnen (door de hoogste kaart of hoogste troef bij te spelen). 2. Van een contract: vervullen, d.w.z. ten minste het aantal trekken winnen dat in het contract genoemd is. 3. Van een kaart: er een slag mee winnen.

Lees verder
1997
2021-03-08
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

maken

zie het.

1978
2021-03-08
Germanismen in het Nederlands

Dr. S. Theissen

Maken

In de volgende uitdrukkingen wordt het gebruik van maken door sommige puristen als een germanisme (D. ‘machen’) afgekeurd: a.Koffie maken In het Noorden kan dit een germanisme zijn (al zegt het Duits naast ‘Kaffee machen’ ook vaak ‘Kaffee kochen’); in het Zuiden is het waarschijnlijk een gallicisme (Frans: &lsqu...

Lees verder
1977
2021-03-08
Erotisch woordenboek

Geschreven door Hans Heestermans (1977)

maken

maken - verwekken. 'Tis waer, 'tis beter een Kint emaeckt dan twie Kalven, BURGHOORN, Kluchth. Snorrepijpen 1,14 [1644]. Dat het scheepsvolk op de kust van Fernambuk... eenige kinderen gemaakt heeft, v. HEMERT, Lekt. 5, 79 [1805].

Lees verder
1973
2021-03-08
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

maken

(maakte, heeft gemaakt), iets in een bep. of vereiste toestand brengen: een pak — ; (biljart) een bal —, een bal van een ander door zijn eigen bal in een zak stoten; (vandaar) je bent gemaakt, de sigaar; een bankbiljet klein —, tegen klein geld inwisselen; afhandig, los, vol — enz.; het huis in orde — ; met het als vo...

Lees verder
1950
2021-03-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Maken

(maakte, heeft gemaakt), 1. iets in een bep. of vereiste toestand brengen: zijn pak maken; — (bilj.) een bal maken, een bal van een ander door zijn eigen bal in een zak stoten ; — met een bepaling die de toestand aanduidt: kom, maak nu maar gedaan; een bankbiljet klein maken, tegen klein geld inwisselen; — afhandig, los, vol maken...

Lees verder
1898
2021-03-08
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Maken

Maken (maakte, heeft gemaakt), vervaardigen: schoenen, kleeren maken; papier wordt van lompen gemaakt; hij maakt al deze snuisterijen zelf; — een dam, een dijk maken, leggen; — eene brug, een huis maken, bouwen — op-, samenstellen: wetten, keuren, een testament maken; opstellen, thema’s maken; hij heeft heel wat schoolboek...

Lees verder
1898
2021-03-08
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Maken

zie Bedrijven, zie Inbrenge.n