Wat is de betekenis van Fiets?

2026-01-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Fiets

v. (-en), 1. het gewone woord voor rijwiel: bijna iedere Nederlander heeft een fiets; ik ga altijd op de fiets; twee agenten op de fiets; — (zegsw.) wat heb ik nou an me fiets? wat zal me nou gebeuren ? — (meton.) iem. op een fiets: pas op, daar komt een fiets; 2. (dievent., alleen in het mv.) handen of benen: de paternosters om de fie...

Wil je de volledige toegang tot alle 20 resultaten?

Word vriend

Of oriënteer eerst en blader door onze categorieën


Studenten en medewerkers van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang

Universiteit Leiden University of Amsterdam Universiteit Utrecht
2026-01-21
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

fiets

rijwiel. vervoermiddel met een frame, in zijn meest traditionele vorm twee wielen in elkaars verlengde, een zadel, en een stuurstang met een handgreep aan ieder uiteinde, dat wordt voortbewogen door op pedalen te trappen; rijwiel. Voorbeelden: Bij een parkeergarage stond een fiets waarvan ik het hangslot makkelijk met een schaartje o...