Argens betekenis & definitie

Argens (Jean Baptiste de Voyer, marquis d’), een veeljarige vriend van Frederik de Groote, werd den 24sten Junij 1704 te Aix in Provence geboren. Op zijn veertiende jaar trad hij in dienst, maar hij verliet Frankrijk met eene tooneelspeelster en vlood naar Spanje, om zich hier met haar in den echt te verbinden. Hij werd echter in hechtenis genomen, naar Frankrijk teruggebragt en met den Franschen gezant naar Constantinopel gezonden. Na zijn terugkeer studeerde d'Argens op verlangen zijns vaders in de regten om zich ergens als advocaat te vestigen. Eene minnarij ontrukte hem evenwel aan deze loopbaan.

Hij begaf zich eerst naar Italië en trad vervolgens (1733) in dienst in een Vlaamsch regiment. In 1734 woonde hij de belegering bij van Kehl. Hier werd hij gewond en voor Philipsburg, in den rang van kapitein, door den val van zijn paard ongeschikt voor de dienst. Zijn vader onterfde hem. Nu nam hij de wijk naar Nederland, waar hij zijne “Lettres Juives” (1736), “Lettres chinoises” (1739) en Lettres cabbalistiques” (1741), alle drie te ’s Hage, uitgaf. Frederik II noodigde na zijne troonsbeklimming hem uit om naar Potsdam te komen en benoemde hem tot kamerheer en tot directeur der afdeeling “Schoone Kunsten en Wetenschappen” bij de Academie te Berlijn. Weldra was d' Argens dagelijks de medgezel des Konings, en geen Franschman heeft die zoo lang en in zulk eene mate bezeten als hij. Het treffendste bewijs daarvan vindt men in de “Epîtres du Roi au marquis d’ Argens et du marquis au Roi” in de “Oeuvres posthumes de Frédéric II,” en in de “Correspondances entre Frédéric II et le marquis d’ Argens.” De markies was zeer aan den Koning gehecht en toch vrijmoedig in zijne tegenspraak, maar juist wegens die opregtheid was hij bij Frederik II die met zijne zwaarmoedige luimen spotte, zeer gezien. Toen d’ Argens omstreeks 60 jaar oud was, gevoelde hij zich op nieuw bekoord door eene tooneelspeelster, Cochois genaamd, en hij huwde met haar zonder Frederik met dat voornemen bekend te maken. De Koning kon hem dat gebrek aan vertrouwen nooit goed vergeven.

De markies overleed op den 11den Januarij 1771 op het kasteel van zijne zuster, de barones de la Garde, niet ver van Toulon, en Frederik II stichtte voor hem een gedenkteeken in de kerk der Minorieten te Aix. Hij was een geestig en smaakvol schrijver en betoonde zich daarbij een ervaren kunstkenner. De inhoud zijner geschriften is daarentegen voor de wetenschap van weinig belang.