Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

ZONDVLOED

betekenis & definitie

ZONDVLOED, m. geweldige, groote vloed die, volgens het Bijbelverhaal, ten tijde van Noach de wereld met al wat er op was verzwolg wegens het zondige leven der menschen; alleen de Arke Noachs bleef gespaard;

— (scherts.) dat is nog van vóór den zondvloed, nog zeer ouderwetsch.