Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

Was

betekenis & definitie

Het begrip was heeft 2 verschillende betekenissen:

1. was - WAS - m. groei;
— toeneming, vermeerdering : er is was op de hovenrivieren, hooger waterstand.

2. was - WAS - o. v. de algemeene naam voor eenige uit koolstof, waterstof en zuurstof samengestelde verbindingen, die in vele eigenschappen met de vetten overeenkomen; de belangrijkste en meest bekende soort van was is die, welke de bijen vóórtbrengen en afgescheiden wordt uit de honingraten : gele, witte was; iets in was afdrukken met was bestrijken; in was boetseeren;
— (mil.) leer in de slappe was zetten, het poetsen, blinkend maken; hij zit goed in de slappe was, hij heeft duiten.