Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 27-09-2018

Noach

betekenis & definitie

m. naam van een bekend persoon uit den bijbel; (spr.) dat is er een uit de arke Noachs, iem. die er zeer ouderwetsch uitziet;

— ’t is daar eene arke Noachs, er zijn daar zeer veel kinderen.