WIE betekenis & definitie

WIE, vragend vnw. altijd zelfstandig gebruikt en naar personen vragende : wie zegt dat ?; wie is daar ?; wie ? hiermede vraagt men naar eene nadere aanduiding van een persoon ; — in uitroepende zinnen dient het meer om de kracht der uitdrukking te verhoogen dan wel te vragen en is dan gewoonlijk vergezeld van al: wie al durft tegenspreken !; wie zou zoo iets hebben kunnen denken !;

—, betrekkelijk vnw.: de man wiens dood door ieder betreurd wordt; wie sluit niet zelden zoowel aanwijzend als het betrekkelijk vnw. in zich:zij bleven niet wie ze waren = zij bleven niet degene, die ze waren, — al wie: wie eens steelt, blijft altijd een dief;

—, onbepaald vnw.: wie er ook komt, zeg maar, dat ik niet thuis ben.