Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

WIE

betekenis & definitie

WIE, vragend vnw. altijd zelfstandig gebruikt en naar personen vragende : wie zegt dat ?; wie is daar ?; wie ? hiermede vraagt men naar eene nadere aanduiding van een persoon ;

— in uitroepende zinnen dient het meer om de kracht der uitdrukking te verhoogen dan wel te vragen en is dan gewoonlijk vergezeld van al: wie al durft tegenspreken !; wie zou zoo iets hebben kunnen denken !;
—, betrekkelijk vnw.: de man wiens dood door ieder betreurd wordt; wie sluit niet zelden zoowel aanwijzend als het betrekkelijk vnw. in zich:zij bleven niet wie ze waren = zij bleven niet degene, die ze waren,
— al wie: wie eens steelt, blijft altijd een dief;
—, onbepaald vnw.: wie er ook komt, zeg maar, dat ik niet thuis ben.