Wie
I. vragend vnw., altijd zelfst. gebruikt en naar personen vragende : wie zegt dat? wie is daar? — wie? hiermede vraagt men naar een nadere aanduiding van een persoon ; — in uitroepende zinnen dient het meer om de kracht der uitdrukking te verhogen dan wel te vragen, soms vergezeld van al: wie al durft tegenspreken! wie...