VOLGEN betekenis & definitie

VOLGEN - (volgde, heeft en is gevolgd), op hetzelfde pad treden van iem. die of iets dat voorgaat of voorging: hij is iem op straat gevolgd; iem. op den voet, op een afstand volgen; iem., iets met de oogen volgen, nakijken ; — een lijk volgen, ter grafplaats geleiden ; — houden, daarlangs gaan : een weg, de rivier volgen; — iem. bij het spreken, betoogen volgen, hem volle aandacht schenken ; — wij lezen daarin als volgt, zooals hier is overgenomen; — opeenvolgen, in betrekking tot den tijd of in rang: de nacht volgt op den dag ; de eene donderslag volgde op den anderen; (spr.) na regen volgt zonneschijn, na lijden komt verblijden; — die volgt, die nu aan de beurt is ; — hij liet er dadelijk op volgen, voegde er dadelijk aan toe; — de eerste luitenant volgt op den kapitein, volgt in rang ; — goed voorgaan doet goed volgen, een goed voorbeeld maakt dat een ander ook goed handelt; — handelen naar, gehoor geven aan : hij heeft een voorschrift, den goeden raad gevolgd, dienovereenkomstig gehandeld ; — zijn eigen hoofd volgen, eigenzinnig zijn; zijne lusten, neigingen volgen; hieruit volgt, hieruit vloeit voort. VOLGING, v. (w. g.) het volgen, gevolg.