Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-12-2018

Trant

betekenis & definitie

Trant - m. manier, wijze (van handelen, leven enz.), gewoonte ; (fig.) dat is zijn trant, dat is wat hij noodig heeft, dat is het ware voor hem ;

—naar den echten trant, op de goede wijze ;
— naar den ouden trant, mode, smaak ;
— schilderen in den trant van Rubens, stijl.