Wat is de betekenis van Trant?

2019
2022-05-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

trant

trant - Zelfstandignaamwoord 1. in de manier van Ik wil muziek in de trant van The Beatles.

Lees verder
2018
2022-05-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

trant

trant - zelfstandig naamwoord 1. hoe het gebeurt of hoe je het moet doen ♢ zijn trant van discussiëren bevalt me niet 1. iets in de trant van .... [iets als ....] Zelfstandig naamwoord: trant...

Lees verder
1993
2022-05-16
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Trant

manier

1977
2022-05-16
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans

trant

trant - 1°. In de verb. aan de trant gaan, om een trantje gaan, aan de zwier gaan, gaan ‘stappen’, met de bijgedachte aan de sexuele pleziertjes die er mee gepaard gaan; vervolgens krijgt trant, dat eig. ‘stap, gang’ betekent de bet. ‘sexueel pleziertje’. De Meysjes ... Voele tot haer groote spijt; Dat het ha...

Lees verder
1973
2022-05-16
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Trant

m., 1. manier, wijze: schilderen in de trant van Rubens; naar oude trant, mode, smaak; 2. soort, aard, slag: iets in die trant.

Lees verder
1952
2022-05-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Trant

s., trant, styl.

1950
2022-05-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Trant

m., manier, vaste wijze van handelen, leven enz.; stijl; schilderen in de trant van Rubens; uitbundig, naar de trant der Zuiderlingen; naar de oude trant, mode, smaak: — (zegsw.) dat is zijn trant, dat is wat hij nodig heeft, dat is het ware voor hem; — (veroud.) naar den (echten) trant, op de goede wi...

Lees verder
1948
2022-05-16
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

trant

m. manier, wijze.

1937
2022-05-16
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

trant

m.; wijze: dichten in de trant van Cats; een trant van geestigheid, manier.

1898
2022-05-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Trant

Trant - m. manier, wijze (van handelen, leven enz.), gewoonte ; (fig.) dat is zijn trant, dat is wat hij noodig heeft, dat is het ware voor hem ; —naar den echten trant, op de goede wijze ; — naar den ouden trant, mode, smaak ; — schilderen in den trant van Rubens, stijl.

Lees verder