Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-12-2018

Sturen

betekenis & definitie

Sturen - (stuurde, heeft gestuurd), (zeew.) met een stuur of roer een schip richten, het eene bepaalde richting geven: naar eene haven, eene reede sturen; met een stuurrad, met eene roerpen sturen;

dat schip wil niet sturen, naar het roer luisteren;
— dit schip stuurt als een visch, luistert goed naar het stuur;
— besturen : een schip, een rijtuig, een paard sturen;
— naar Engeland sturen, stevenen;
— iem. uitzenden om eene boodschap te doen: iem. om vleesch sturen;
— wij stuurden naar den dokter, zonden hem eene boodschap ; wij stuurden om den dokter, lieten hem komen ;
— iem. iets sturen, zenden. STURING, v. het sturen.