Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-10-2020

2020-10-01

Richten

betekenis & definitie

Het begrip richten heeft 2 verschillende betekenissen:

1. richten - richten - (richtte, heeft gericht), eene strekking (aan iets) geven, leiden, besturen; (zeew.) stellen : de zeilen, naar den wind richten; dat tuig is goed gericht, de raas zijn vierkant en waterpas gebrast en getopt; den koers noordwaarts richten ;
— (mil.) een kanon, een geweer richten, het zoodanige stelling geven, dat het projectiel het doel zal kunnen treffen; op het kernschot richten, het mikpunt horizontaal nemen;
— (scheepst.) schuins richten, baksen, het geschut naar den kant van het voor- of het achterschip wenden ;
— op een grondschot richten, dompen, het mikpunt beneden de waterlijn nemen ;
— (leger) eene compagnie richten, het front ervan in eene rechte lijn brengen; richt u\ het commando daartoe;
— (smed.) een hoefijzer richten, juist passend maken ;
— hoefnagels richten, ze licht hameren op de platte zijde der kling, waardoor ze stijf geslagen worden;
— het rechtmaken van platen ijzer;
— richten met een puntslag, punteeren;
— wenden: zijne oogen ten hemel richten; waarheen zult ge uwe reis richten ?; zijn gebed tot God richten’, het woord tot iemand richten, hem toespreken ;
— zijne gedachten, opmerkzaamheid op iets richten;
— zich richten, zich regelen naar iets of iem., tot voorbeeld nemen; richt u naar uw broeder, handel zooals hij.

2. richten - richten - zie RECHTEN.