2019-12-05

sturen

sturen - Werkwoord 1. (inerg) de richting bepalen waarin een schip zich voortbeweegt De kapitein stuurde behendig rond alle hindernissen. 2. (inerg) het stuur van een auto bedienen Omdat ik nog geen rijbewijs heb, mag ik voorlopig niet sturen. 3. (inerg) de instructies van een roer of stuur opvolgen Kleine wagentjes sturen gemakkelijk; dat is een voor...

2019-12-05

sturen

sturen - regelmatig werkwoord uitspraak: stu-ren 1. het in een bepaalde richting laten gaan ♢ hij stuurde de auto de sloot in 2. zorgen dat het ergens komt ♢ hij stuurt mij een brief 3. het op de juiste manier laten werken ♢ de centrale wordt gestuurd door een computer

2019-12-05

Sturen

Sturen - (stuurde, heeft gestuurd), (zeew.) met een stuur of roer een schip richten, het eene bepaalde richting geven: naar eene haven, eene reede sturen; met een stuurrad, met eene roerpen sturen; — dat schip wil niet sturen, naar het roer luisteren; — dit schip stuurt als een visch, luistert goed naar het stuur; — besturen : een schip, een rijtuig, een paard sturen; — naar Engeland sturen, stevenen; — iem. uitzenden om eene boodschap te doen: iem. om vleesch sturen; — wij stuurden...

2019-12-05

Sturen

is het geven van een bepaalde richting aan een in beweging zijnd voertuig. Bij land- en luchtverkeersmiddelen geschiedt dit door een met de hand bewogen stuur; bij schepen door het roer, hetwelk op grootere schepen door middel van stoom- of andere krachtwerktuigen wordt bewogen. De toepassing van het zgn. giro-kompas heeft het mogelijk gemaakt een schip automatisch te sturen. Iedere afwijking van het schip uit een vastgestelde richting wordt daarbij door het kompas automatisch hersteld.