Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

2018-12-06

SLOEP

betekenis & definitie

SLOEP - v. (-en), eene soort van licht vaartuig met één mast, met of zonder dek, of geheel open en ingericht voor riemen, gewoonlijk bij een grooter schip behoorende om goederen en passagiers van en naar boord te brengen en in tijd van nood zich te redden : de sloep strijken, aan boord hijschen; (ook) oorlogsvaartuig: welgewapende sloepen kruisten rond. SLOEPJE, o. (-s).