Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 22-11-2018

Open

betekenis & definitie

Open bn. bw. (-er, -st), niet gesloten, niet dicht gemaakt, geopend (van het middel dat dient om te sluiten): open deuren en vensters; ’s zomers slaapt hij altijd met open ramen; de deur is wagenwijd open;

terechtzitting met open deuren, waarbij toehoorders worden toegelaten;
— met open vizier strijden, zie vizier; de sluis is open;
— de brug is open, zoodat de schepen er door kunnen;
—(ook van wat iets omgeeft) hij loopt altijd met open jas;
— (van de ruimte die afgesloten kan worden) : die kast vind ik nog al eens open;
— een open haard, waarvan het vuur zichtbaar is;
— eene open gaanderij, aan de voorzijde niet gesloten;
— eene open haven, reede, naar de zeezijde open en dus niet te best beschut tegen wind en golven;
— met open mond luisteren, zeer aandachtig;
— met open aarde moeten wij zaaien, hij dooiend weer;
— de open zee, buiten de banken;
— in de open lucht, in de vrije lucht, niet in huis;
— het open veld, het vlakke veld;
— een open hals, niet bedekt, bloot;
— (sprk.) eene open lettergreep, waarvan de laatste letter een klinker is;
— de jacht is open, de jachttijd is begonnen;
— (R.-K.) open tijd, waarin het sluiten van huwelijken geoorloofd is;
— het boek lag open voor hem;
— de brief is nog open, de enveloppe er omheen is nog niet gesloten;
— een open brief, openbare brief, brief dien de schrijver, wijl de inhoud in meerdere of mindere mate de belangstelling wekken moet van het beschaafd publiek en niet van den geadresseerde alleen, door middel van de pers openbaar maakt;
—toegankelijk voor : mijn huis is ten allen tijde voor u open, gij zijt mij altijd welkom;
— het land lag voor den vijand open, hij kon er gemakkelijk in doordringen;
— open plaatsen, die niet ommuurd zijn;
— (fig.) een open oor hebben voor iem., hem zijn aandacht schenken, naar hem luisteren;
— toegankelijk voor het publiek : de winkels blijven hier tot tien uur open; het Museum is van daag niet open;
— (fig.) bij hem is het altijd open hof, ieder wordt er altijd gastvrij ontvangen;
— open tafel houden, eene gaarkeuken, een restaurant hebben, (ook) zeer gastvrij zijn jegens iedereen;
—onbedekt, niet overdekt: eene open binnenplaats; met open borst zitten; met open oogen slapen;
— in een open rijtuig, waarvan de kap is neergelaten;
— een open vaartuig, zonder verdek;
— alles ligt daar open en bloot, zoodat iedereen het zien kan;
— open water, open rivieren, niet met ijs bedekt, vrij van ijs;
— een open winter, waarin men geen ijs krijgt;
— de wond is nog open, er komt nog bloed of etter uit;
— met open kaart spelen, zoo dat de tegenpartij in de kaarten kan zien, (flg.) rond voor iets uitkomen, niet draaien, de zuivere waarheid zeggen, niets bedekt houden;
— (fig.) een open oog voor het schoone hebben. daar zeer gevoelig voor zijn;
— iem. met een open oog aanzien, trouwhartig en eerlijk;
— iem. met open armen ontvangen; met een open hart, rondborstig en edelmoedig:
— een open gelaat, voorkomen, dat vertrouwen wekt;
— een open karakter, niet gesloten;
— open met iem. spreken, openhartig;
— niet gevuld : een open kuil; eene open ruimte; eene open plaats in een bosch;
—' een open graf, waarin nog iom. begraven moet worden;
— voor open lijf zorgen, voor geregelden stoelgang;
— open naden in een vloer;
— eene open vraag, waarop het antwoord nog niet gegeven of te geven is;
—(gow.) uit eene open reden, zonder bepaalde aanleiding, naar eene plotselinge opwelling: uit eene open reden gaf hij haar een boek; uit eene open reden doet hij dat niet;
— (gew.) uit eene open reden geschieden de dingen het best, een opgekomen plan moet men dadelijk uitvoeren;
—(hand.) eene open rekening, onafgesloten, nog niet verrekend; open posten, nog niet afgedaan; een open krediet, niet tot eene bepaalde som beperkt; een open wissel, niet met een bepaald bedrag ingevuld; open charter, vrachtbrief waarbij de naam van het schip niet is ingevuld; open polis, soort van contractpolis, voor een jaar of korter;
— open markt, vrije markt, niet door invoerrechten of andere heffingen voor sommigen gesloten;
— niet bezet, niet door een ander ingenomen, niet vervuld: deze plaats is nog open; de kamers, die ik vroeger heb bewoond, zijn nog open; er is op H oogenblik geen enkele betrekking voor hem open;
— met openingen : een open hek; (bouwk.) een open werk, zonder ondergrond, waar men dus doorheen kan zien;
— (breien, haken) een open werkje, een patroon met openingen erin;
— open werk, dat van onderen met openingen is (b. v. van goud- of zilverwerken met diamanten bezet);
— een open been, met gaten er in.