Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 22-11-2018

Ouderwets

betekenis & definitie

Ouderwets bw.,

...WETSCH, bn. (-er, meest -), naar den trant der ouden, uit den smaak, niet meer in gebruik of in de mode: zich ouderwets kleeden; ouderwetsche kleederdracht;
— uit vroegeren tijd: een ouderwetsch gebouw;
— als iem. uit den ouden tijd, met verouderde gewoonten, begrippen enz.: een ouderwetsch man; ouderwetsche begrippen, grondstellingen, die verouderd zijn;
— ouderwetsche eenvoud, oudvaderlijke;
— (Z. A.) een ouderwetsch kind, dat voor zijn leeftijd zeer ontwikkeld is.
OUDERWETSCHHEID, v. verouderde gewoonte, kleederdracht, begrippen, manier enz.