Wat is de betekenis van ouderwets?

2018
2021-10-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

ouderwets

ouderwets - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ou-der-wets 1. wat niet meer gebruikelijk is ♢ broeken met wijde pijpen zijn ouderwets 1. het was ouderwets gezellig [zoals vroeger] Bijv...

Lees verder
1990
2021-10-21
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

ouderwets

ouderwets - Een stijl die toebehoort aan of lijkt op een stijl of mode uit een eerdere tijd. De term verwijst niet naar een vaststaand tijdperk, maar heeft betrekking op de besproken periode en niet op het heden. Over een stijl die populair was in 1710 kan bijvoorbeeld in 2010 worden gezegd dat deze in 1750 'ouderwets' was. 'Ouderwet...

Lees verder
1980
2021-10-21
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Ouderwets

Oudtijds schreef men veelal niet: ouderwets, maar: oudewets, dus zonder r. Die vorm brengt ons op het spoor van de oorsprong van het woord. Het is een bijvoeglijk naamwoord van: oude wet. De r is er later ingevoegd, doordat men dacht met een vergrotende trap te maken te hebben. Dat wij onder ‘de oude wet’ te verstaan hebben: het Oude Te...

Lees verder
1973
2021-10-21
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

ouderwets

bn. en bw. (-er, meest -), 1. zoals de mensen of zaken vroeger waren, zoals gebruikelijk was, naar de trant van de ouden en vandaar: verouderd, niet meer in gebruik of uit de mode: ouderwetse meubels, huizen; zich kleden; van de oude stempel: een man, die de gewoonte of denkbeelden van een vroeger tijdperk aanhangt; 2. met de bijgedachte dat het v...

Lees verder
1952
2021-10-21
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Ouderwets

adj. & adv., âlderwetsk, âldfrinzich, -moadrich, -stâlich, -stilich, -stylsk, -wrâldsk; — van begrippen, âldsinnich.

1950
2021-10-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Ouderwets

bw. bn. (-er, meest —), 1. zodanig als de mensen of zaken in een vroeger tijdperk waren, zoals vroeger gebruikelijk was, naar de trant der ouden, en vand. uit de smaak, niet meer in gebruik of in de mode : ouderwetse meubels, huizen; zich ouderwets kleden : ouderwetse klederdracht; — van de oude stempel: een ouderwets man, die de gewoon...

Lees verder
1898
2021-10-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Ouderwets

Ouderwets bw., ...WETSCH, bn. (-er, meest -), naar den trant der ouden, uit den smaak, niet meer in gebruik of in de mode: zich ouderwets kleeden; ouderwetsche kleederdracht; — uit vroegeren tijd: een ouderwetsch gebouw; — als iem. uit den ouden tijd, met verouderde gewoonten, begrippen enz.: een ouderwetsch man; ouderwetsche begrippen,...

Lees verder