Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 22-11-2018

Order

betekenis & definitie

Order - v. (-s), bevel, last, lastgeving, gebod : ik heb order gegeven,...-, wat is er van uwe orders? wat belieft u ?; ik ben tot uwe orders, ik ben tot uw dienst bereid;

— tot nader order uitstellen, voorloopig;
— volgens order zend ik u;
— bekendmaking, consigne: eene dagorder, aan het leger; (kooph.) voor mij aan den heer N. N. of order, of aan dengene die hem vervangt.