Wat is de betekenis van order?

2018
2020-11-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

order

order - zelfstandig naamwoord uitspraak: or-der 1. wat je moet doen van iemand ♢ de soldaten kregen een order om te vertrekken 2. opdracht om iets te leveren ♢ wij hebben een order bij dat bedri...

Lees verder
1985
2020-11-25
Woordenboek automatisering

Henk Biemond - 1985

Order

Volgorde Een rangschikking van informatie-eenheden volgens bepaalde regels.

1973
2020-11-25
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

order

[<Fr.], v./m. (-s), 1. bevel, last, lastgeving: wat is er van uw orders ?, wat belieft u?; ik ben tot uw orders, ik ben tot uw dienst bereid; iets tot nader — uitstellen, voorlopig. 2. (handel) opdracht om te leveren, bestelling: volgens — zend ik u; 3. (handel) aanwijzing van de persoon aan wie de uitbetaling geschieden moet: voor m...

Lees verder
1949
2020-11-25
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Order

in de handel benaming voor de rechthebbende bij wissels en ander orderpapier, of voor degene op wie door een vorige rechthebbende de rechten zijn overgedragen. Overdracht geschiedt door endossement*.

1933
2020-11-25
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Order

(handelsecon.), ook: opdracht of bestelling. In den effectenhandel onderscheidt men gelimiteerde en ongelimiteerde o. (→ bestensorders), terwijl naar den tijd, gedurende welken de o. geldt, onderscheiden worden dagen doorloopende orders.

1910
2020-11-25
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Order

Order - lastgeving, bevel, opdracht tot levering van zekere goederen.

1898
2020-11-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Order

Order - v. (-s), bevel, last, lastgeving, gebod : ik heb order gegeven,...-, wat is er van uwe orders? wat belieft u ?; ik ben tot uwe orders, ik ben tot uw dienst bereid; — tot nader order uitstellen, voorloopig; — volgens order zend ik u; — bekendmaking, consigne: eene dagorder, aan het leger; (kooph.) voor mij aan den heer N. N...

Lees verder
1898
2020-11-25
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Order

zie Bevel.

1864
2020-11-25
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

order

order - v. (orders), bevel, last, lastgeving; gebod; f consigne; eene dagorder, aan het leger; (kooph.) voor mij aan den Heer N.N. of order (of aan dengene die hem vervangt)

Lees verder