Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 27-09-2018

Meisje

betekenis & definitie

Meisje o. (-s), kind van ’t vrouwelijk geslacht: op de school zijn jongens en meisjes; een mooi, een leelijk meisje; zij is van een meisje bevallen;

— huwbare, ongehuwde jonge vrouw; (spr.) wij zijn onder ons meisjes, wij behoeven ons niet te geneeren, kunnen vrijuit over alles praten; schertsend ook door mannen gebezigd, als ze iets willen zeggen dat niet heelemaal door den beugel kan;
— geliefde, aanstaande, verloofde: ik heb hem met zijn meisje zien wandelen;
— meisje van plezier, snol;
— dienstmeisje : zij heeft een klein meisje om boodschappen te doen;
— Amhemsche meisjes, zekere koekjes te Arnhem gebakken;
— (in de Goudsche pijpenfabr.) gebarsten pijp.