Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

Bevallen

betekenis & definitie

Het begrip bevallen heeft 2 verschillende betekenissen:

1. bevallen - BEVALLEN, (beviel, heeft bevallen), behagen, aanstaan • ‘t leven hier bevalt mij; ‘t bevalt mij hier goed; (vaak met zijn vervoegd) hoe is ‘t u bevallen ?; dat boek bevalt mij, valt in mijn smaak;
— die menschen bevallen mij niet, ik vertrouw ze niet.

2. bevallen - BEVALLEN, (beviel, is bevallen), in de kraam komen, om van een kind verlost te worden. BEVALLING, v. (-en), verlossing (eener zwangere vrouw) ontijdige, voorspoedige bevalling.