Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

Lijden

betekenis & definitie

Het begrip lijden heeft 3 verschillende betekenissen:

1. lijden - Lijden (leed, heeft geleden), ondergaan, verduren, in tegenstelling met handelen, bedrijven: hij is de lijdende persoon;
— (spraakk.) lijdend voorwerp, dat de handeling ondergaat of er door wordt voortgebracht;
— dulden, verdragen, ondervinden schipbreuk lijden; groote pijnen lijden; honger lijden;
— toestaan, vergunnen, gedoogen: ik lijd het niet langer; de zaak lijdt geen uitstel; het lijdt geen twijfel; die kosten werden in uitgaaf geleden;
— dat kan niet lijden, dat kan niet zijn, dat mag niet gebeuren; (ook) de uitgaaf kan ik niet dragen;
— houden van iem. of iets: iem. mogen lijden;
— iem. niet mogen lijden, niet van hem houden;
— ik mag het wel lijden, ik heb er niets tegen, ik zou het wel willen.

2. lijden - Lijden (het leed, is geleden), voorbijgaan het is een jaar geleden, een jaar is verloopen; duren het leed lang, eer hij kwam.

3. lijden - Lijden o. het ondergaan van smart: het lijden van Christus, zijn kruisdood;
— na lijden komt verblijden, na regen komt zonneschijn.