Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-11-2018

Ondergaan

betekenis & definitie

(ging onder, is ondergegaan), (van de zon, enz.) naar beneden gaan en daardoor onder de kim komen, onder den gezichteinder voor het oog verdwijnen : de zon gaat onder, is in nevels, in eene bank enz. ondergegaan; (fig.) die gouden eeuw verdween; ja, Neerlands heldenluister, ging kwijnend onder;

— naar beneden gaan en daardoor onder water komen, zinken: de dobber ging onder;
— er kwam een lek, zoodat het bootje onderging; (fig.) te gronde gaan, te niet gaan, verwoest of vernietigd worden;
— (van menschen) te gronde gaan, in ’t verderf storten: maar de Mensch, uit God geboren, kan aldus niet ondergaan !; de grootheid, de roem, het aanzien, de luister enz. van den mensch gaat eenmaal onder;
—ondergaan in iets (van pers.), onder iets verzinken, er onder verloren gaan, er geheel door verzwolgen worden, zoodat men ophoudt te zijn wat men tot dusverre geweest was : de prediker was bij hem ondergegaan in den soldaat; in het leven is hij ondergegaan;
— door broodzorg ging de geleerde in hem onder;
— (onderging, heeft ondergaan), (w. g.) (van een last enz.) op zich nemen en torsen, dragen: zij zouden het nog zwaarder juk der Romeinen moeten ondergaan; lijden, doorstaan, verduren, ondervinden : mishandelingen, vernederingen, smadelijke bejegeningen ondergaan; straffen, bestraffingen, kastijdingen ondergaan; dat hij als verrader den dood zou ondergaan;
— eene operatie ondergaan; dit huis heeft heel wat veranderingen ondergaan.