Wat is de betekenis van lijden?

2019
2021-10-21
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

lijden

lijden - Werkwoord 1. (inerg) smart en ellende ondergaan Woordherkomst van het Middelnederlandse woord liden Uitdrukkingen en gezegden ♦ Een mens lijdt dikwijls het meest door/van het lijden dat hij vreest ♦ Wie mooi wil wezen,...

Lees verder
2018
2021-10-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

lijden

lijden - onregelmatig werkwoord uitspraak: lij-den 1. iets ergs voelen ♢ hij lijdt veel pijn 1. de lijdende vorm [zin die uitdrukt dat het onderwerp iets ondergaat] ...

Lees verder
2009
2021-10-21
Groot wielerwoordenboek

Geschreven door Marc De Coster

lijden

Zowel geestelijk als lichamelijk grote inspanningen leveren; afzien. Illustratief hiervoor was de inzinking van Eddy Merckx op 19 juli 1977. In de Tour van dat jaar werd Merckx ziek toen hij over de Col de la Madeleine reed. Hij werd gelost op twaalf kilometer van de top. Diverse malen vroeg de renner de hulp van de rondearts. Wielertaal is doordes...

Lees verder
2009
2021-10-21
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

lijden

→ kersenpff afzien

1990
2021-10-21
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

lijden

lijden - Staat of ervaring die is gebaseerd op het verduren van pijn, leed, verlies of beschadiging.

1973
2021-10-21
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

lijden

I. (leed, heeft geleden), (overg.) 1. dulden, verdragen, verduren, uithouden (e): dat wilden zij niet 2. toestaan, vergunnen, gedogen: het kan bij hem wel wat -, hij wordt niet gauw boos; het kan daar tegenwoordig!, er is daar blijkbaar geen gebrek; dat kan niet dat kan niet zijn, (ook) dat kan ik niet betalen; de zaak lijdt geen uitstel; het lijd...

Lees verder
1955
2021-10-21
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

LIJDEN

treft ieder mens in dit leven (Job 7; Eccli. 40; Wijsh. 3 : 1-9). Het is door de zonde der stamouders in deze wereld gekomen en door onze persoonlijke schuld vermeerderd (Gen. 3 : 16-19; Rom. 5 : 12 vv.; Jac. 1 : 15). De christelijke zin er van heeft Jesus zelf aangewezen in de grondwet van sterven-ten-leven, die heel deze schepping beheerst en waa...

Lees verder
1952
2021-10-21
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Lijden

1. v., lije, litte, lit; trochstean, útstean; tehebben van, lije fan, to lijen hawwe fan, net oerwinne fan; ergens aan —, it earne mei to dwaen to krijen hawwe; geleden hebben, der fan hawn hawwe. 2. s.n., lijen (it), binearing, fordrukking.

Lees verder
1950
2021-10-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Lijden

I. (leed, heeft geleden), 1. dulden, verdragen, verduren, uithouden: dat wilden zij niet lijden; 2. toestaan, vergunnen, gedogen: het kan bij hem wel wat lijden, hij wordt niet gauw boos; het kan daar lijden tegenwoordig! er is daar blijkbaar geen gebrek; — dat kan niet lijden, dat kan niet zijn, (ook) de uitgaaf...

Lees verder
1933
2021-10-21
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Lijden

De antwoorden op de vraag naar het waarom van het l. zijn zeer uiteenloopend. Heidensche denkers hebben gemeend, dat het l. slechts een last was, dien de mensch zoo ver mogelijk van zich af moest werpen, door het zoeken van genot. Maar ook het grootste aardsch genot kan hoogstens voor eenigen tijd het l. verdooven, doch het l. zelf verdwijnt er nie...

Lees verder
1898
2021-10-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Lijden

Het begrip lijden heeft 3 verschillende betekenissen: 1. lijden - Lijden (leed, heeft geleden), ondergaan, verduren, in tegenstelling met handelen, bedrijven: hij is de lijdende persoon; — (spraakk.) lijdend voorwerp, dat de handeling ondergaat of er door wordt voortgebracht; — dulden, verdragen, ondervinden schipbreuk lijden; groote...

Lees verder
1898
2021-10-21
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Lijden

zie Doorstaan.