Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Godshuis

betekenis & definitie

GODSHUIS, o. (...huizen), gebouw, dienende tot godsvereering, tempel of kerk;

— (ook) liefdadigheidsgesticht, waar ouden van dagen, weezen, kranken enz. om Godswil worden verpleegd.