Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

Gewijd

betekenis & definitie

GEWIJD, bn. geheiligd op het gewijd altaar; de gewijde hand des huwelijks, het heilige huwelijksverbond;

— volgens de gebruiken der R. K. Kerk gezegend, door er zekere gebeden over uit te spreken: gevrijd water, wijwater;
— gewijde aarde, gewijde grond, begraafplaats, kerkhof, dat onder bijzondere ceremoniën gezegend is zijn gebeente rust niet in gewijde aarde;
— (bij uitbr. ook van zaken die geen eigenlijke wijding hebben ondergaan): de gewijde Schrift, de gewijde bladen, de Bijbel; de gewijde geschiedenis, de bijbelsche geschiedenis; eene gewijde stof, een godsdienstig onderwerp; gewijde muziek, kerkmuziek; eene gewijde handeling, eene kerkplechtigheid; eene gewijde plek, die door herinneringen aan personen of gebeurtenissen geheiligd is; eene gewijde stond, een heilig, plechtig oogenblik.