Gelegen betekenis & definitie

GELEGEN, bn.liggende of eene plaats innemende Rotterdam is gelegen aan de Maas; het huis was gelegen op een van de meest gezochte gedeelten van de Keizersgracht;

— staande en gelegen, van huizen of panden gezegd, in notarieele stukken of aankondigingen van verkoop;
— in iets gelegen zijn, er in besloten of te vinden zijn, er in bestaan het hoofdoogmerk onzer schepping is zeker niet gelegen in het verbeuzelen van onzen tijd;
— aan God(e)s zegen is alles gelegen, alles hangt daarvan af;
— daaraan, aan hem is veel (niet veel, weinig) gelegen, dat, hij beteekent veel (niet veel), dat, zijn invloed is van veel (weinig) belang;
— wat is daaraan gelegen ?, wat komt dat er op aan?;
— er is (voor) mij veel aan gelegen, het is voor mij van groot belang;
— zich aan iem. of iets laten gelegen zijn of liggen), er belang in stellen of zich er oni bekommeren, of wel, zich er mede bemoeien, t. w. om er zorg voor te dragen, (bij uitbr.) zich (het lot van een persoon) aantrekken, (eene zaak) ter harte nemen;
— het is met iem. of iets (zus of zoo) gelegen, het is er zoo mede gesteld;

—, (-er, -st, of meer meest -), (van plaatsen of plaatselijke uitgebreidheden) eene ligging hebbende, die gunstig of geschikt is voor datgene waarvan sprake is te gelegener ure en plaatse;
— (fig.) (ook in toepassing op eene tijdruimte, die als eene ruimteuitgebreidheid wordt voorgesteld): kies een gelegener oogenblik als ge iets te vragen hebt; ik had u dit later willen zeggen en op een meer gelegen tijdstip; te (of ter) gelegener ure, te (of ter) gelegener tijd (of tijde), op een geschikt tijdstip;
— iets tot gelegener ure (of tijd) uitstellen, tot een geschikter uur of tijd;
— dat komt mij niet gelegen, schikt mij niet;
— kom ik u gelegen ?, komt mijn bezoek (mijne komst) u gelegen ?