Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 14-03-2020

Admiraal

betekenis & definitie

Het begrip admiraal heeft 2 verschillende betekenissen:

1. admiraal - ADMIRAAL m. (-s, ...ralen),opperbevelhebber eener oorlogsvloot, ’t zij hij al dan niet den bepaalden rang en titel van admiraal heeft;
— (zegsw.) de admiraal heeft geschoten, de gastheer heeft zijn glas opgenomen en daardoor het sein gegeven om den maaltijd te beginnen;
— een baas, een bolleboos, een eerste in zijne soort;
— (gew.) een puikje : ze is admiraaltje (ammeraaltje) van de buurt, van de turfleven;
— (fig.) het admiraalsschip of vlaggeschip met zijne bemanning;
— het schip waarop de admiraal vaart, hem zelf en het scheepsvolk medegerekend : de admiraal heeft geschoten, gaf vuur.

2. admiraal - ADMIRAAL ook AMIRALA en AMERAAL, m. (-s), (zeew.) slagputs of emmer om water op te hijschen bij het schoonschip maken; hij wordt gemaakt van drie stukken geteerd zeildoek, door lijken aan elkaar bevestigd die in een strop eindigen.