Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 30-08-2018

2018-08-30

Aanzoek

betekenis & definitie

AANZOEK, o. (-en), plechtig verzoek, ernstige bede: bij iem. aanzoek doen om, hem plechtig verzoeken;

— aanzoek doen bij eene vrouw, haar ten huwelijk vragen aan haar zelf;
— aanzoek doen om eene vrouw, aan hare ouders of voogden;
— aanzoek doen om de hand van, huwelijksaanzoek;
— aanzoek krijgen, ten huwelijk gevraagd worden;
— poging tot verleiding : het dienstmeisje had last van zijne aanzoeken;
— verzoekschrift.