Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Rechten

betekenis & definitie

(rechtte, heeft gerecht),

1. rechtbuigen, de laatste Verking bij het zeisen maken, rechtkloppen ;
2. de sle aanzetten (bij het maken van scharenschaften) ;
3. (zeew.) een schip rechten, een schip dat helt recht twen ;
4. recht maken, strekken: hij rechtte zijnxg ; zich rechten, een fiere lichaamshouding aannemen ;
5. (steenb.) (de gevormde stenen) recht, d.i. op hurint zetten;
6. een reggeding voeren; — thans alleen oneig.: daarover wil met u niet rechten, daarover wil ik u niet ter verantwoording roepen, wil ik met u niet twisten.

II. bw., volgens recht, de jure: hij heeft gehad wat hem reet# toekwam.

< >