Wat is de betekenis van Rechten?

2024-07-18
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-07-18
Historische collectie Nederland

Rijksdienst voor het cultureel erfgoed (2019)

rechten

Kennis- of studiegebied van de principes en reglementen zoals die in een land of gemeenschap zijn vastgesteld door een autoriteit en die bindend zijn voor het volk, ofwel in de vorm van wetgeving of door gebruiken en beleidsvormingen die zijn erkend en worden uitgevoerd door gerechtelijke besluitvorming. Ook de beroepsmatige praktijk die zich bezig...

2024-07-18
Lexicon van de Ethiek

Jean Pierre Wils (2007)

Rechten

Als er van ‘recht’ of ‘rechten’ sprake is, moet een fundamenteel onderscheid worden gemaakt tussen recht in de zin van een omvattende rechtsorde (Engels: law) en rechten (Engels: rights) in de zin van gekwalificeerde aanspraken die iemand ten opzichte van een of meerdere anderen laat gelden en waarvan de erkenning door bepaalde conventies, wetten,...

2024-07-18
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Rechten

v., rjochtsje.

2024-07-18
Duits woordenboek (DU-NL)

Dr. H. W. J. Kroes (1951)

Rechten

twisten, strijden.

2024-07-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Rechten

(rechtte, heeft gerecht), 1. rechtbuigen, de laatste Verking bij het zeisen maken, rechtkloppen ; 2. de sle aanzetten (bij het maken van scharenschaften) ; 3. (zeew.) een schip rechten, een schip dat helt recht twen ; 4. recht maken, strekken: hij rechtte zijnxg ; zich rechten, een fiere lichaamshouding aannemen ; 5. (steenb.) (de gevormde stene...

2024-07-18
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

rechten

rechtte, h. gerecht (Z.-N. spitsen): de oren rechten.

2024-07-18
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

rechten

('rechtən) (rechtte, heeft gerecht) 1. rechtmaken, rechtbuigen : hout -. 2. uitspraak doen naar het recht.

Wil je toegang tot alle 15 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-07-18
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

rechten

(rechtte, heeft gerecht), 1. rechtbuigen; 2. in omhooggerichte stand brengen: hij rechtte zijn rug; zich rechten, een fiere lichaamshouding aannemen; 3. een rechterlijke uitspraak doen (over), oordelen.