Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Kring

betekenis & definitie

m. (-en),

1. gesloten kromme lijn, cirkel of ongeveer een cirkel; ook als beloop : een kring trekken, beschrijven (bij voortbeweging); de grachten vormen een kring om de stad; een steen in ’t water geworpen, vormt kringen; kringen in een tafelblad, als spoor van vochtig vaatwerk; — een kring om zon of maan, een luchtverschijnsel ontstaan door de breking der lichtstralen in fijne ijskristallen die in de bovenlucht zweven; — baan: de kring waarin zich de aarde om de zon beweegt; van een redenering : hij draait altijd in een kring rond, komt altijd weer terug bij het punt van uitgang, komt niet vooruit; — kringen onder de ogen hebben, donkere banden, als teken van grote vermoeienis ;
2. reeks van personen of zaken die door hun plaatsing een cirkelvormige figuur vormen of aldus voorgesteld worden: in een kring om de kachel zitten; een kring vormen ; uit de kring treden;

de huiselijke kring, de leden van het huisgezin;

3.de personen die gedacht worden iem. te omringen, zijn omgeving : in de kring der zijnen, in de boezem van zijn gezin ; een kring van vrienden ; de Muiderkring ; ook : de zaken waarmee iem. zich geregeld pleegt bezig te houden: gij hebt de plaats bestemd van ieders woning, den kring waarin hij werken moet (Ev. Gez. 19 : 4); hij komt nooit buiten de kring zijner gewone bezigheden; vgl. werkkring;
4. de vereniging van een aantal personen die een samenhangend en min of meer afgesloten geheel uitmaken, maatschappelijke groep : in de kringen der arbeiders ; in de hogere kringen; in Christelijke, letterkundige, politieke kringen;
5. ruimte die, werkelijk of denkbeeldig, door een kring omsloten wordt of daarin besloten ligt; gebied, district; verboden kringen, (in Indië) die streken waar het verboden is opium in te voeren of te verkopen; — verboden kringen (om forten enz.), gebied er omheen binnen welk het beplanten, bebouwen en vergraven aan beperkingen onderhevig is : kleine, middelbare en grote verboden kring; — (fig.) sfeer: een uitvinding in ruimer kring bekendmaken.