Bigelon (frank H.) betekenis & definitie

Bigelon (frank H.) - Amerikaansch meteoroloog, tot 1910 werkzaam aan het central meteorological office te Washington, sedert dat jaar in Argentina te Buenos Aires. De oudere jaargangen van het Monthly Weather Review bevatten een reeks van geschriften van zijn hand over aardmagnetisme en over het verband tusschen aardmagn. verschijnselen en verschijnselen op de zon eenerzijds en meteorologische verschijnselen anderzijds; de latere bevatten een serie verhandelingen over problemen betreffende de circulatie in de atmosfeer van de aarde en van de zon en de algemeene luchtcirculatie in de aardatmosfeer. Onder zijn groote werken over klimatologie moeten genoemd worden Storms, stormtracts and weather forecasting (Wash. 1897), Report on the barometry of the U. S. A., Canada and the West-Indies (Wash. 1902) en The daily normal temperature and the daily normal precipitation of the U. S. (Wash. 1908).

In de laatste jaren hield hij zich bezig met het vraagstuk van de waterverdamping over groote cultuurgebieden en watervlakten, waarover hij na een vroegere publicatie, die alleen betrekking had op onderzoekingen in Noord-Amerika (Monthly Weather Review 1907), een uitgebreide verhandeling schreef, The laws of the evaparation of water from pans, reservoirs and lakes, sands, soils and plants (Bull, of the Argentine Meteor. Office. Buenos Aires 1912), waarin zijn nieuwere studie’s in Buenos Aires en Cordoba zijn opgenomen.