Wat is de betekenis van streek?

2019
2021-06-24
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

streek

streek - Zelfstandignaamwoord 1. (aardrijkskunde) een gebied met een eigen karakter, een landstreek Deze streek is bekend om zijn bollenteelt. 2. deel van een entiteit (bijv. anatomisch) met specifieke eigenschappen (-> bilstreek, hartstreek, maagstreek, kompasstreek) 3. een handige man...

Lees verder
2018
2021-06-24
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

streek

streek - zelfstandig naamwoord 1. gedeelte van het land, stuk land ♢ in deze streek heb je veel water 2. plek rond een orgaan ♢ hij voelde pijn in de streek van de lies 3. iet...

Lees verder
1981
2021-06-24
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Streek

De ouderwetse kompasroos is verdeeld in windstreken, b.v. noord, noord-tenwesten (NtW), noordnoordwest (NNW), noordwest-ten-noorden (NWtN), noordwest (NW), enz., met een uitgebreide verdere onderverdeling. De kompasroos kent zo 32 hoofdstreken, plus de tussenstreken. Een streek is derhalve 11'/4 graad van de cirkelomtrek. Tegenwoordig w...

Lees verder
1980
2021-06-24
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Streek

Streek behoort bij strijken, zoals spleet bij splijten en beet bij bijten. Eigenlijk is streek dus: de strijkende beweging van de violist, de schilder, de schaatsenrijder. Dan wordt streek ook gebezigd voor: kunstgreep, handigheid, slag en daarna voor: laakbare handigheid, schadelijke daad, sluwe bedriegerij. Maar ook wordt streek gebruikt voor win...

Lees verder
1973
2021-06-24
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

streek

v./m. (streken), 1. strijkende beweging, b.v. met een strijkstok, een penseel; bij het schaatsenrijden: hij deed enige streken; — houden, slag houden; 2. laakbare of schadelijke daad: een stomme uithalen; sluwe daad: ik ken zijn streken; (spr.) een vos verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken, de ware aard zal zich nooit verloochenen;...

Lees verder
1958
2021-06-24
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

STREEK

Een rij huizen of een min of meer aaneengesloten buurschap langs een weg heet vaak de S.; de S. bij Dokkum, Wanswerd aan de S. Boerderijen staan op de klei meest verspreid. Andere woorden voor S. zijn rige, rijp. In voormalig Engwirden noemt men de dorpen Terband, Luinjeberd, Tjalleberd en Gersloot ‘de S.’.zie Ga, Streekdorp.

Lees verder
1952
2021-06-24
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Streek

s.; (strijking), streek, stryk; (streep), streek; (oord), streek, kontrei, hoeke, krite; — waar men woont, wenkrite; (bij het schaatsen), skek, streek; rare streken, nuvere stikken, nuvere fiten, rare faksen; gemene —, mûklist; boze streken, ra(e)njen; met een listige &mda...

Lees verder
1950
2021-06-24
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

STREEK

m. en v. (streken), 1. handeling van strijken ; strijkende beweging, strijkende aanraking : een streek van de vingers, bij het masseren b.v.; — het bewegen en wijze van beweging van een strijkstok over een muziekinstrument: deze violist heeft een fraaie streek ; haal met pen, penseel of kwast: hij tekende het met é&ea...

Lees verder
1898
2021-06-24
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Streek

Het begrip streek heeft 2 verschillende betekenissen: 1. streek - streek - v. (streken), het strijken; eene lange, eene korte streek, op de viool; deze violist heeft eene fraaie streek; — strijkstok ; — streep, haal (met pen, penseel of kwast): hij teekende het met ééne streek; men maakt met het metaal eene streek op den...

Lees verder