B betekenis & definitie

B is de eerste medeklinker en tevens de tweede letter van ons alphabet. In dat der meeste talen bekleedt zij deze plaats.

In het Hebreeuwsch draagt zij den naam van Beth (huis of tent), omdat de vorm van haar teeken met dien van een huis of van eene tent overeenkomt. Van hier is zij met eene ge­wijzigde gedaante als beta in het Grieksch overgegaan en verder als be in het westen doorgedrongen. Zij is eene zachte lipletter, die met eene geringe opening van den mond wordt uitgesproken.

Van de munten, op de keerzijde met de letter B voorzien, zijn de Fransche te Rouen, de Oostenrijksche te Kremnitz, en de Pruissische te Breslau geslagen. — In de muziek der Ouden was b de tweede trap van de toon­ladder , die met a begon. B-dur is in de hedendaagsche muziek van de 24 toonsoorten de zoodanige, waarbij de toon b de grondtoon is van den harden toon, terwijl B-mol dien toon aanduidt, waarbij b de grondtoon is van den zachten toon. In de muziek beteekent B. ook basso, C. B. contrabasso, en B. C. basso continuo. — In Latijnsche opschriften kan B. Balbus, Brutus, Bonus of ook — zoo ze uit het Christelijk tijdperk afkomstig zijn — Beatus of Beata beteekenen. Op oude recep­ten is b. m. hetzelfde als bene misceatur (goed te vermengen).

Laatst bijgewerkt 19-03-2018