Gepubliceerd op 20-01-2021

Borst

betekenis & definitie

(Pectus) Het tusschen hals en onderlijf gelegen deel van den romp. De B. wordt voornamelijk gevormd door het borstbeen (Sternum) en de ribben, welke de borstholte omsluiten en de borstkas (Thorax) vormen.

Bij de meeste zoogdieren is het saamgesteld uiteen smalle reeks van achter elkander gelegen beenstukken en is de borstkas zijdeings saamgedrukt; bij den mensch bestaat het middendeel van het borstbeen of het middenborstbeen (Mesosternum) uit een enkel, betrekkelijk breed beenstuk en is de borstkas meer gewelfd en zijdelings uitgezet (zie Beenstelsel-Romp, dl. 1 pag. 799b); aan dit borstbeen vereenigen zich de 24 rechts en links uit de 12 borstwervels ontspringende ribben; het bovenste deel van het borstbeen of het voorborstbeen (Praesternum), heet bij den mensch handvatsel of greep (Manubrium); het onderste uiteinde, het achterborstbeen (Hypostcrnum), draagt bij den mensch den bijzonderen naam van zwaardvormig uitsteeksel (Processus xiphodeus); het bijborstbeen (Episternum), waarmede de voorste sleutelbeenderen bij dieren waarbij deze voorhanden zijn, zijn verbonden, is bij den mensch rudimentair en nog slechts door de kraakbeenige schijven tusschen de sleutelbeenderen en het handvatsel ' vertegenwoordigd De ribben vormen van de borstwervels naar het borstbeen loopende, halve bogen; zij zijn met het borstbeen bewegelijk verbonden. De holte der borstkas of de borstholte, welke luchtdicht is gesloten, naar beneden van de buikholte is gescheiden door het middenrif, en overigens door de borstspieren is omgeven, kan zich verwijden, deels daardoor, dat het naar de borstholte gewelfde middenrif zich saamtrekt en plat wordt, deels doordat, met behulp van spieren, het borstbeen en de ribben omhoog geheven en naar buiten getrokken worden. Ze wordt daarentegen weer nauwer, als de saamtrekking van het middenrif ophoudt en dit weer zijn gewelfde gedaante in de buikholte aanneemt, en de opgeheven ribben weer dalen oi door de spieren naar beneden en naar binnen worden getrokken. Deze bewegingen zijn voor de ademhaling en dus voor het leven onmisbaar: door de verwijding der borstholte komt inademing, door vernauwing uitademing tot stand. Boven het borstbeen ligt de huid onmiddellijk op het skelet, zoodat te dier plaatse geen vetvorming, gelijk aan de beide zijden, plaats heeft. Op de borst ligt aan weerskanten een krachtige spier, de groote borstspier (Musculus pectoralis major).

De binnenwand der borstkas is bekleed met een dun, taai vlies, het borstvlies (Pleura costalis), dat in het bekleedsel der longen overgaat en zich benedenwaarts tot over het middenrif uitstrekt. In de ingestulpte deelen van het borstvlies bevinden zich in de borstholte, de longen, alsmede het hart; voorts omsluit de borstkas de aorta, de luchtpijp, eenige belangrijke zenuwen en eenige kleinere vaten, zoodat in de borstkas de voornaamste organen van de ademhaling en van den bloedsomloop gelegen zijn. Zie ook Borsten.