Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

ZEDELIJK

betekenis & definitie

ZEDELIJK, bn. bw. (-er, -st), overeenkomstig de goede zeden, deugdzaam, braaf : eene zedelijke handeling; zedelijk leven; getuigschrift van goed zedelijk gedrag;

— de zedelijke beginselen; de zedelijke waarde van iets beoordeelen;
— zedelijk vrij zijn, met volle bewustheid streven naar hetgeen goed is;
— zedelijke lichamen, vereenigingen van personen, die hetzij op openbaar gezag als zoodanig zijn ingesteld of erkend, hetzij als geoorloofd zijn toegelaten, of alleen tot een bepaald oogmerk, niet strijdig met de wetten of goede zeden, zijn samengesteld;
— dat is zedelijk onmogelijk, datgene, wat door andere dan uitwendige beletselen verhinderd wordt. ZEDELIJKHEID, v.