Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 29-11-2018

Rij

betekenis & definitie

Rij - v. (-en), verscheidene voorwerpen naast elkander geplaatst: eene rij huizen, boomen;

reeks, volgreeks;
rang, gelid: in de rij staan, loopen, blijven',
— (mets.) richtlat om de steenen behoorlijk te plaatsen;
— (loodg.) liniaal die men over den opstaanden giettafelrand beweegt om het overtollige lood mee te nemen, af te strijken. RIJTJE, o. (-s).